Ga naar hoofdinhoud

Goede bedrijfs- en merkgegevens schrijven

Aivie schrijft alleen met wat het meekrijgt. Zijn instructies verbieden het om feiten, cijfers, prijzen, openingstijden, cases of klantnamen te verzinnen, dus wat niet in je gegevens, in de ideeëngroep of in de databronnen staat, staat ook niet op de pagina. Deze pagina legt uit waar je gegevens terechtkomen en hoe je ze schrijft zodat ze helpen. De schermen zelf staan beschreven in Bedrijf en merk.

Waar elk gegeven terechtkomt​

De chatassistent, de ideeëngenerator en de zoekwoordgenerator krijgen bij elk verzoek een blok met je gegevens mee. Welke velden erin zitten:

VeldIn het blok
Bedrijfsnaam: en Branche:Altijd.
Missie: en Visie:Ja, met de schakelaar Missie en visie opnemen.
Tone of Voice:Ja, met de schakelaar Tone of voice opnemen.
Diensten (naam en omschrijving)Ja, met de schakelaar Diensten opnemen.
Doelgroepen (naam en omschrijving)Ja, met de schakelaar Doelgroepen opnemen. De agents krijgen de opdracht alleen deze doelgroepnamen te gebruiken.
USP's (naam en omschrijving)Alleen als je USP's opnemen aanzet in de resource met de Aivie-instellingen onder AI → Contexts. In een nieuwe installatie staat die uit.
BeeldstijlJa, met de schakelaar Beeldstijl opnemen, en altijd in de prompt van een gegenereerde afbeelding.
DoelenNee. Je kiest er één per ideeëngroep, en alleen de naam gaat naar de generator.

De schakelaars staan op de resource met de Aivie-instellingen in de Aivie-contexts, zoals beschreven in Hoe Aivie deze gegevens gebruikt.

Diensten, doelgroepen en doelen​

De generator gebruikt deze drie op verschillende manieren, dus schrijf ze ook verschillend.

  • Diensten. Aivie werkt een dienst uit in de content: welk probleem de doelgroep heeft, hoe de dienst dat oplost en wat hij oplevert. Geef de dienst een naam en gebruik de omschrijving precies daarvoor: het probleem, de oplossing en het resultaat.
  • Doelgroepen. Een doelgroep bepaalt de toon, het kennisniveau, de voorbeelden, de bezwaren en de call-to-action. Gebruik de naam die je team gebruikt, want de agents herhalen hem, en gebruik de omschrijving voor wat deze groep wil weten en waaraan ze twijfelt.
  • Doelen. Een doel stuurt de call-to-action en hoe commercieel de pagina is, niet het onderwerp. Alleen de naam bereikt de generator, dus laat de naam het zeggen, bijvoorbeeld "Plan een demo in".

Tone of voice​

We raden aan de toon te beschrijven met voorbeelden in plaats van alleen met bijvoeglijke naamwoorden. "Vriendelijk" kan van alles betekenen, maar "we schrijven 'je', korte zinnen, geen jargon zonder uitleg in één regel" kun je volgen. Voeg een zin toe die je zelf zou schrijven en een zin die je nooit zou schrijven.

Aivie past de tone of voice toe op elke pagina, ook als een andere toon beter bij het onderwerp lijkt te passen. Moeten blogberichten en dienstenpagina's anders klinken, zeg dat dan in het Laag 2-document van elk paginatype. Zie Laag 2 koppelen aan je paginatypes.

USP's​

Zet het verkoopargument in de naam en het bewijs in de omschrijving: het getal, het certificaat, het jaartal. Omdat Aivie geen feiten verzint, kan het bewijs alleen op een pagina komen als het hier is opgeschreven. Een USP zoals "hoge kwaliteit" geeft de generator niets om op voort te bouwen. USP's bereiken de agents alleen als USP's opnemen aan staat.

Wat je beter weglaat​

  • Dingen die vaak veranderen, zoals prijzen, aanbiedingen en openingstijden. De gegevens gaan in elke pagina mee, dus bij een wijziging zijn alle pagina's die ze herhaalden verouderd.
  • Huisregels en afspraken, zoals spelling, woorden die je wilt vermijden en de namen van je knopstijlen. Die horen in het Laag 3-document. Zie Een Laag 3-document inlezen.
  • Lange teksten. Alles gaat met elk verzoek mee, ook naar de chat, dus korte, specifieke invoer werkt beter.
  • Woorden als "klantgericht" of "innovatief" zonder iets erachter. Aivie krijgt de opdracht lege superlatieven te vermijden.